Zocher-Project verhuist naar www.historischetuinen.nl

Nedbennebroekheemstedehartekampmoge
Tuinwerk op De Hartekamp te Bennebroek
Wat er wel en niet klopt van de informatie over dit plaatje weet ik niet. Het lijkt me een typische Zocher jr.-oranjerie, maar de informatie die de Provinciale Atlas Noord-Holland geeft is: "Oranjerie op den Hartekamp met den door Linnaeus geplanten tulpeboom", en dan de toeschrijving van de tekening aan Zocher sr., jaren negentig 18de eeuw, terwijl Zocher jr. pas in de jaren dertig van de 19de eeuw een oranjerie op De Hartekamp bouwde. Maar goed het is een leuk plaatje voor tuinhistorici, Linnaeus en een 18de eeuwse oranjerie-collectie en de Zochers worden hier met elkaar in verband gebracht. Om die reden heb ik dit plaatje gebruikt als illustratie van het Zocher on line Project. Zie www.historischetuinen.nl, waarop naar dit project wordt doorgewezen. en dat eerder via Greenspot werd gepresenteerd.

14 August 2009
By on 15:10
Zochers

Zochers on line:

groenprojecten van de Zochers

in historisch perspectief

Jandavidzocherjrwmolca1820_3     Jdzocherjreigenhaard1895_2     Louispaulzocher                 

Jan David Zocher jr (links en midden) en L.P.Zocher (rechts)

De oorspronkelijk Duitse familie Zocher heeft vier architecten voortgebracht die ook allen tuin- en landschapsarchitectonische werken leverden, en niet van de minste kwaliteit. J. D. Zocher jr is van hen de bekendste en heeft in Nederland kenmerkende voorbeelden nagelaten. De scheiding tussen architect en landschapsarchitect was in hun dagen nog niet zo groot; architecten begaven ook zich vaak op het pad van tuin- en landschapsarchitecten, waardoor een ideale relatie tussen gebouwen en omringende tuinen tot stand kon komen.

Helaas zijn veel ontwerpen van de Zochers verdwenen. Er zijn de laatste jaren twee publicaties aan de Zochers gewijd, maar veel meer over hun leven en tuin- en landschapsarchitectonische werken zijn we tot heden niet te weten te komen.

Op deze weblog worden alle gegevens die tot heden door ons zijn geschreven en verzameld, getoond. De teksten zijn als vxf3xf3r-publicatie van een Zocher-Compendium, van de auteurs Carla en Juliet Oldenburger te beschouwen. Wij gaan door en maken indien mogelijk iedere week een update. Wij zouden ook graag commentaren van lezers verwerken. De reactie-knop staat daarom open.

Ik heb de download hier 14 augustus weggehaald, omdat het Zocher-project wordt geopend op onze website www.historischetuinen.nl. Zie daar.

Zocher-literatuur:

xb7 Josi Smit, m.m.v. Radboud van Beekum. J. D. Zocher jr. (1791-1870), architect en tuinarchitect. Bonas-reeks, deel 40. Rotterdam, 2008. 240 p.

xb7 Constance Moes, Architectuur als sieraad van de natuur: de architectuurtekeningen van J.D. Zocher jr en L.P. Zocher. Rotterdam, 1991.

xb7 C. S. Oldenburger-Ebbers: Zochers’ tuinarchitectuur- en architectuurprojecten: J. D. Zocher sr. (1763- 1817), J. D. Zocher jr. (1791-1870), C. G. Zocher (1796-1863) en L. P. Zocher (1820-1915). Casacde 1 (1991), no. 2, p. 35-47.

- Carla S. Oldenburger-Ebbers: De tuinarchitectuur van de Zochers. Deel 3: Enige proeven van ontwerpanalyses van projecten van J. D. Zocher sr. en jr., C. G. Zocher en L. P. Zocher, gezien in het licht van de ontwikkeling van de negentiende eeuwse landschapsstijl in Nederland. Groen 47 (1991), no. 10, p. 23-29.

- Carla S. Oldenburger-Ebbers: De tuinarchitectuur van de Zochers. Deel 2: Inventarisatie van de werken van C. G. Zocher (1796-1863) en L. P. Zocher (1820-1915). Groen 47 (1991), no. 4, p. 22-27.

- Carla S. Oldenburger-Ebbers: De tuinarchitectuur van de Zochers. Deel 1: inventarisatie van de     werken van J. D. Zocher sr. (1763-1817) en J. D. Zocher jr. (1791-1870). Groen 46 (1990), no. 7, p.  9-13.

 

9 July 2009
By on 09:07
geselecteerd als gefixeerd bericht

Greenspot is een combinatie van dagboekaantekeningen en een nieuwsgierige en verwonderende kijk op zaken die zich vooral in de wereld van het groene erfgoed (monumentale en historische tuinen, parken, buitenplaatsen en landschappen) afspelen. Kritisch, serieus, uitdagend, spottend en prikkelend.

15 November 2006
By on 07:34
Twickel, toch nog wel wat vraagjes

  Deldentwickel2006planmvg_4  

Zie voor interessante en leuke excursie-foto’s binnenkort de Page Extra op de Cascade website

Zaterdag 23 september was de Cascade-excursie naar Kasteel Twickel in Delden. Een mooiere dag was niet denkbaar en de opkomst was nog nooit zo groot geweest. Jet Schadd heeft ons met vele vrijwilligers van Twickel een onvergetelijke dag bezorgd. We bezochten eerst de rijke interieurs en na een super verzorgde lunch bezochten we de moestuinen, de rozentuin en het uitgestrekte park van Jan David Zocher jr. en Eduard Petzold. Henk Saaltink en Elias Vermeer leidden ons rond en kregen vele kritische vragen voor hun kiezen. Ze vertelden ons wat de bedoeling was van het herstelplan van ir Michael van Gessel (zie o.a. zichtlijnen-herstel op bijgevoegd plan) en wezen ons de zwakke plekken aan in het park: dichtgeslibde vergezichten, bruggen die naar de plannen van de landschapsarchitect  vervangen gaan worden; eutrofiering van het water, intensief of extensief maaibeheer etc. Terug in de oranjerie en de Poortman-tuin, onder het genot van een glaasje, bestudeerden we tenslotte de geschiedenis van het park en de tuinen incl. de herstelplannen (in een prachtig verzorgd boekje gebundeld). Toch miste ik iets, en dat is het ontwerp (in drie delen) van Petzold uit de kaartencollectie in Wageningen. Geven deze drie kaarten (samen) hetzelfde beeld als de ontwerptekening van Petzold uit het Huisarchief Twickel? Heeft iemand deze ooit vergeleken? Misschien kunnen de betreffende archiefbeheerders of de sprekers of toehoorders van het symposium (een week eerder) daar antwoord op geven? Ook nog een vraag betreffende het Marot-ontwerp van de parterre op Twickel. Zie tentoonstelling en in de catalogus die we hebben meegekregen op p. 16. Op de tentoonstelling en in het boekje worden we getracteerd op een computer-falsificatie. Dat is tegenwoordig een leuke truc, maar ook vroeger deden ze zoiets. Vergelijk eens de gravure uit het boekje met de hier afgebeelde gravure uit Wageningen en zoek de verschillen. Niet alleen dat de halve parterre nu door de computer is aangevuld, maar ook de tekst is anders. 1) de ene prent is gespiegeld t.o.v. de andere, terwijl de tekst dit niet is; 2) Sr. Marot is op de Wageningse prent veranderd in Daniel Marot; 3) Op de hier afgebeelde Wageningse prent is sprake van no. 8. Dit is niet het achste parterre-voorbeeld voor Twickel zoals wordt gesuggereerd, maar het achtste voorbeeld uit de serie gravures Livre de Parterres van Marot. Reageren? Altijd heel graag. CO.

01123301

25 September 2006
By on 13:11
Start Staverden

Nedstaverdenrestauratie1_021_2

2006 is voor OHT eigenlijk het jaar van Staverden, hoewel de aanleg van de tuinen en de restauratie van het park nog moeten beginnen. Volgens de planning start het project in sept.2006 en zullen de aanleg van de tuinen en de bouw van de diverse bouwprojecten in okt.2007 klaar moeten zijn. Wij maakten een nieuw ontwerp voor de tuinen (incl.tuin bij tuinmanswoning) en een restauratieplan voor het daar achterliggende park en TAK architecten (van o.a. De Schaffelaar reconstructie oranjerie) zullen de oranjerie en de muurkas restaureren en hebben een nieuw plan gemaakt voor een pauwenkas en een berceau tussen pauwenkas en parkeerterrein. We werkten aan onze plannen van januari 2006 tot juni 2006. Na de moestuin op Kasteel Keukenhof is dit eigenlijk ons eerste grote project. Natuurlijk zijn we daar trots op en we zullen het de komende tijd dan ook zo goed mogelijk begeleiden. Ik stel me zo voor dat we er naast werkvergaderingen zeker eenmaal per maand gaan kijken en vandaag was de eerste keer.

Sinds de zomermaanden was er veel storend groen (bomen, coniferen, taxussen) gekapt. Dat is een hele verademing, alhoewel er zeker mensen zullen zijn die daar anders over denken. Rond het hele koetshuis zijn de taxussen teruggezet; de coniferen bij de oranjerie en het tuinmanshuis zijn verdwenen; de rand coniferen achter het pauwenbeeld is verdwenen en het zicht langs de beek is opgeklaard. De hoofdas is geschoond zodat de zichtas tussen eiland en het toegangshek weer bestaat. Kortom veel ruimte gemaakt, alles keurig opgeruimd. Klaar voor de volgende slag. We blijven het volgen. En hoe zullen we over een jaar oordelen?

14 September 2006
By on 15:03
Vakantie, kunst en monumentaal groen

Du2006luetetsburg26_1 Du2006jetseburgbossards7_1 Du2006worpswedebarkenhof5_1

Landschapspark Luetetsburg bij Norden

Bossard-kunst in Jesteburg

Jugendstil-as in de tuin van Barkenhof.

Vakantie en niks doen is niets voor mij. Vakantie en kunst is heel wat beter. Afgelopen week heb ik weer heel wat beleefd en aanschouwd. We gingen naar Ost-Friesland en bezochten de Boettcherstrasse, een oorspronkelijk middeleeuws straatje tussen de markt en de Weser in Bremen, dat omstreeks 1900 door Roselius nieuw leven werd ingeblazen; het Museumsdorf Cloppenburg; die Kunststaette van het echtpaar Brossard te Jesteburg; Slot Luetetsburg bij Norden; het Rococo-Jachtslot Clemenswerth bij Soegel en het kunstenaarsdorp Worpswede, om slechts de hoogtepunten te noemen.

Verrassend was dat het landschapspark van Luetetsburg een enorm aantal verschillende exoten bevatte (170 soorten volgens opgave) en dat men al heel vroeg – in de jaren zestig van de 18de eeuw al- in opdracht van de graven von Innhausen und Kniphausen, begonnen is de formele aanleg van Luetetsburg te veranderen in landschapsstijl. Men beweert altijd dat het park van Woerlitz het oudste landschapspark van Duitsland is, maar daar wordt kennelijk nu aan getwijfeld. Carl Ferdinand Bosse (van de slotparken in Rastede en Oldenburg) heeft de graven von Inn- und Kniphausen geadviseerd. Het park wordt gekarakteriseerd door vele mooie afwisselingen met o.a. subtiele kleine heuveltjes, zwaar hout en vergezichten op bruggen, op een begraafplaats en op het slot.

Hoogst origineel was het GesamtKunstwerk van Johann Michael en Jutta Bossard. Naast hun kunst (schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst) waren zij gefascineerd door het oorspronkelijke heidelandschap, dat zij vorm gaven rond hun huis en kunsttempel. 

De door Heinrich Vogeler omstreeks 1900 vorm gegeven Jugendstil-as tussen het huis Barkenhof en het daartegenover liggende rozen-paviljoen kent ook geen tweede in Duitsland of Nederland.

Zo dichtbij, zo bijzonder, zo ongekend, zo teer en waardig. 

25 August 2006
By on 14:59
Kleine tuin van Johan Huizinga

Allerlei_004_3

Kleine driehoekige tuin achter het huis van Johan Huizinga, anno 2006.

Gisteren met A. twee bijzondere huizen bezocht: het woonhuis van Teyler, naast het Teyler Museum, en het eerste huis -toen ook een splinternieuw huis- van Johan Huizinga en zijn kersverse vrouw Mary Schorer, waarin zij in maart 1902 hun intrek hebben genomen.

In het huis van Pieter Teyler werd ik door twee tuinbeelden op de binnenplaats verrast, Lente en Herfst, door Pieter Teyler -voor zijn buitenverblijf langs het Spaarne- halverwege de 18de eeuw gekocht op een veiling op Kasteel Keukenhof. Het is inderdaad bekend dat op Keukenhof in de 18de eeuw veel beelden hebben gestaan, en wel in de vallei of op de wallen langs deze vallei, tussen het kasteel en het Haarlemmermeer. Al deze beelden zijn niet meer traceerbaar op een na, en wel de Roof van Proserpina, die via Meerenberg/Heemstede in het park Oostermeer te Ouderkerk aan de Amstel terecht is gekomen. Nu zijn er dus aan de onbekende serie beelden van Keukenhof twee toegevoegd. Ik ga graag nog een keer terug om foto’s te maken en de beelden beter te bestuderen.

Maar het huis van Huizinga was het hoofddoel van onze excursie naar Haarlem. Vriend F. woont al meer dan 30 jaar in dit huis, en wist ook dat de eerste bewoner van zijn huis Johan Huizinga is geweest, maar hij wist niet dat ik bevriend was met Huizinga’s kleindochter en zo heeft het lang geduurd voordat de contacten werden gelegd en A. dit huis kon aanschouwen. We hebben het huis van binnen en buiten uitvoerig bekeken en F. heeft voorzover hij dit wist de hele bouwgeschiedenis, verluchtigd met bouwtekeningen uit verschillende perioden, aanschouwelijk gemaakt. Het laatste onderdeel van de bezichtiging was de tuin. Dit is een belachelijk klein taartpuntje, met schuttingen gescheiden van de buren.

En toen kwam mij ineens de beschrijving van de ideale (kleine) tuin van de Leidse lakenhandelaar en tuinliefhebber Pieter de la Court van der Voort  in gedachten. In zijn boek Byzondere Aenmerkingen over het aenleggen van pragtige en gemeene landhuizen, lusthoven en plantagixebn uit 1737 beveelt hij de ideale vorm aan voor een kleine tuin. Een driehoek dus. Het is maar een associatie, maar wel leuk. Johan Huizinga als eigenaar van zo’n klein maar ideaal tuintje zou later in 1926 (in Tien studien?), sprekend over de taken van de beschavingsgeschiedenis, opmerken dat de onderwerpen van de cultuurgeschiedenis volstrekt niet alleen in het domein van het geestesleven gezocht hoeven te worden:  " hoe gaarne zou men de geschiedenis geschreven zien van den Tuin als cultuurvorm, of van den Weg, de Markt en de Herberg…".

Zou hij toen nog hebben teruggedacht aan zijn kleine eerste tuintje in Haarlem?

Boekcourtvdvoortpkleineidealetuin

18 August 2006
By on 07:57
Rembrandt en Flora

Florasaskia1641dresden

Dit jaar wordt gevierd dat Rembrandt 400 jaar geleden geboren is en dat zal men weten ook. Tot heden zag ik de tentoonstellingen Rembrandt en Caravaggio in het Van Gogh-museum, Rembrandt Zoektocht… in het Rembrandthuis en Rembrandt de verteller met etsen uit de verzameling van Frits Lugt in de Lakenhal. De Beurs van Berlage heeft nu ‘alle schilderijen van Rembrandt’ in reproductie, op ware grootte en chronologisch ten toon gesteld en geselecteerd door Ernst van de Wetering. Voor een echte kunstliefhebber natuurlijk minderwaardig, maar toch was ik wel nieuwsgierig hoe dat beeld van alle schilderijen bij elkaar er uitzag en wat die chronologische volgorde voor interessants zou opleveren. Ook was het mijn kans -nu alles bij elkaar te zien is- om nog eens na te gaan of het werkelijk zo is dat Rembrandt eigenlijk nauwelijks bloemen en planten heeft geschilderd. Dit laatste interesseert me nog steeds in vervolg op mijn vroegere biohistorische afstudeer-onderwerp over de betekenis van planten op schilderijen, in dit geval van Vlaamse Primitieven. De resultaten van het bezoek waren toch wel bevredigend. Je ziet nu eens dat het werkelijk om een enorm aantal schilderijen gaat (er zijn er ca. 700, maar zoveel waren er toch echt niet) en hoe snel hij eigenlijk kon schilderen. Alleen daarom al was hij een super-talent. Je ziet hoe jong hij nog was (achter in de twintig) toen hij prachtig doorleefde en verstilde portretten en dramatische bijbelse voorstellingen vastlegde. Ik concentreerde me vooral op de bloemetjes anders werd je natuurlijk gek temidden van deze hoeveelheid. Er waren vier Flora’s en het viel me op dat ze nu allemaal de titel ‘Flora’ droegen en niet ‘Saskiax92 of x91Hendrikjex92 of combinaties van deze namen met Flora. De boodschap die deze schilderijen moeten uitdragen wordt kennelijk nu weer belangrijker geacht dan de vraag of het ook Saskia of Hendrikje voorstelt, of men is van dit laatste feit toch weer niet zeker. Geexposeerd waren Flora (Saskia) uit 1634 (Hermitage); Flora (Saskia) uit 1635 (National Gallery London); Flora (Saskia) uit 1641 (St. Kunstsammlungen Dresden) en Flora (Hendrikje) uit 1654/55 door Rembrandt en atelier (Met New York). Naast deze vier Flora-portretten was er nog een vijfde portret van een vrouw met anjer, uit 1660/63 (Met New York) en een familie-portret met mandje bloemen, uit ca. 1665 (Hertog Anton Ulrich Museum Braunschweig). De anjer is de enige bloem die op alle schilderijen voorkomt. Volgens Van der Wetering had Rembrandt niets met symboliek, dus al te veel betekenis mogen we ook niet hechten aan die anjer of aan de andere mode-bloemen die hij schildert, zoals tulp, gevulde afikaantjes en rozen. Bloemen refereren natuurlijk altijd aan voorjaar of zomer of schoonheid en dat past prima bij een voorstelling van Flora. Maar dat hij een Flora (1641) afbeeldt met alleen een anjer in de hand, lijkt vreemd of zou dit teruggaan op een eerdere traditie? Deze zogenaamde Flora (of Saskia, uit 1641, een jaar voordat Saskia sterft) toont alleen een anjer in de hand van de geportretteerde, zoals dat ook in de schilderkunst van de 16de eeuw gebruikelijk is. Dan geeft een anjer in de hand van een man of vrouw aan dat de persoon in kwestie verloofd is of een deugdzaam leven leidt en/of hoopt op een leven na de dood. Deze Flora lijkt mij geen Flora, eerder een vrouwsportret in het algemeen, waarvoor Saskia model heeft gestaan en aan wie Rembrandt nog een vleugje traditionele ‘deugdzaamheid’ en ‘hoop op leven na de dood’ mee heeft willen geven. Misschien heeft hij de anjer zelfs wel na haar dood toegevoegd.

1 August 2006
By on 09:06
Lune heeft het niet warm

2006lunejuli2006warm_003

Het was een hittegolf in Nederland, juli 2006. Het valt dan niet mee om op je kleindochter te passen, want lekker wandelen of naar de speeltuin gaan is er dan niet bij en het badje en de zandbak in de tuin nodigen ook niet echt uit tot actie en plezier. De nieuwe pop vroeg echter wel om aandacht. Wij converseerden half sprekend en half gebarend  hoe we de pop zouden kleden. Ik wist zeker dat ze de woorden jas en sjaal goed begreep en vroeg dus waar pop haar jasje was. Misschien had de pop wel geen jasje, in ieder geval vertrok Lune naar de kapstok en kwam eerst met haar eigen sjaal en later met haar eigen jasje terug. De pop werd in de sjaal gewikkeld. Zelf rustte Lune niet voordat ze haar jas had aangetrokken en de knopen had dichtgedrukt. De thermometer in de kamer gaf intussen 28 gr. Celsius aan. Niets aan de hand, gewoon liedjes zingen in de kiekeboe-stoel. Na de lunch, nog steeds in jas, vroeg ik, wil je nu slapen of spelen? Slapen, was het antwoord. En ik dacht, hoe kan je nu zoiets doms vragen, dat is toch duidelijk.

21 July 2006
By on 11:56
Positief en negatief

Nedflevolandmboezem

Buiten is het heet, binnen is het uit te houden. Je begrijpt in ieder geval heel goed waarom mensen in zuidelijke landen of in de tropen de luiken sluiten en zich ‘s middags weinig buiten vertonen. Wat ik nooit doe, ik ging maar even rustig lezen op mijn bed en droomde al heel snel van een koele kathedraal. Het beeld was onduidelijk. Was dit nu de middeleeuwse Buurkerk in Utrecht, waar ik onlangs nog was geweest of de EcoKathedraal van Marinus Boezem? Van de laatste was ik net een plaatje tegengekomen op Internet en ik had de foto aangevraagd voor het gebruik van mijn colleges. Waarom dat dan weer? Omdat ik in het ontwerp van Marinus Boezem met zijn positieve en negatieve afdruk, opeens een overeenkomst zag met het ontwerp van J. voor de tuin van Kasteel Staverden. In de tuin van Staverden rijst het reeds bestaande doolhof op uit de grond (zoals de kathedraal van MB) en symmetrisch aan de andere kant van de middenas laat zij dezelfde ruimte terugkeren, afgezet met buxus. Ook erg functioneel, meteen een omheinde picknickplaats. Als je niet beter weet, zou je zeggen, beinvloed door MB, maar J. heeft de EcoKathedraal nooit gezien en er waarschijnlijk ook nooit van gehoord. Toch zullen wetenschappers later, als ze heel diep graven, er achter kunnen komen dat J. en MB. elkaar gekend hebben omdat J. bevriend is geweest met de neef en zwager van MB. Conclusie, als wetenschapper moet je echt altijd heel voorzichtig zijn.

19 July 2006
By on 15:37